Tony Schrijft

Op de motor

mei 16, 2019 | Author: Tony | Categorie: Brabants Dagblad,Columns

Column donderdag 16 mei 2019

Op de motor

Als je klaagt over de ronkende herrie van voorbijscheurende motorrijders, hoor je vaak dat het in doorsnee heel normale, bijna gewone mensen zijn. Maar met het lederen pak aan begint er daar binnenin kennelijk iets te gloeien. En dan is er geen houden meer aan.

Begin deze week maakte de BOVAG de jaarlijkse toename van het aantal motorrijders bekend en dan kun je maar het beste bij voorbaat de vingers in je oren steken. Er zijn er vorig jaar weer 28.000 bijgekomen, we zitten nu bijna op anderhalf miljoen.

De ergste herrieschoppers slopen de geluidsdemper uit de glimmende uitlaat. Overal waar zij langsbrullen klepperen de dakpannen nerveus op het gebinte. De Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging rekent graag voor dat het aantal bewuste lawaaimakers eigenlijk heel erg meevalt: zo’n 5%. (Curieus dat zo’n kapsonesclub koninklijk is; dat moet onder prins Bernhard zijn gebeurd.)

In Brabant staan nu 233.093 motorrijders geregistreerd. Hoeveel is hier dan die kennelijk nogal meevallende 5%? Precies 11.655! Alleen al in onze zo gemoedelijke provincie laten meer dan tienduizend aanstellers hun motor zo hard mogelijk loeien.

Omdat motorrijden dus kennelijk vooral iets psychisch is, zijn de grootste groep motorduivels tussen de 50 en 65 jaar. Mannen die hun midlifecrisis maar moeizaam te boven komen en de dreigende verrimpeling manhaftig proberen te compenseren. Meestal worden patiënten die met zichzelf in de knoop liggen liefdevol behandeld in afgelegen, bosrijke oorden. De therapie voor deze motorrijders speelt zich publiekelijk af in de weekenden, bijvoorkeur op smalle rivierdijken en in de opgeschrikte natuur.

Meestal rukken ze in groepen op, zoals een tankformatie. Wat je ook roept, ze horen het niet. Ook daarom zijn ze zo tevreden met zichzelf.

Reactiemogelijkheid is gesloten.

Anoniem - Gravatar

Je kunt niet reageren op dit artikel.

Reageer