Tony Schrijft

In Den Haag

juni 29, 2012 | Author: Tony | Categorie: Artikelen

Column Brabants Dagblad

Zaterdag 30 juni 2012

In Den Haag

Het siert ons, zo lees ik steeds, dat wij ons grote zorgen maken over het feit dat Brabant er slecht vanaf komt op de kandidatenlijsten bij de komende verkiezingen. Brabanders staan er helemaal niet op of op tweederangs plekjes. In een enkel geval is dat ook wel weer geruststellend: van de huidige PVV-Kamerleden komt er niet één uit Brabant en dat is een behoorlijke opsteker.
Bij de PvdA staat Attje Kuiken uit Breda op 24; als de verkiezingen op 12 september verlopen zoals Maurice de Hond wil, komt Attje er niet aan te pas. Nu is Breda een eind weg en ik ben de laatste jaren in alle eerlijkheid nooit eens een keer wakker geworden met het idee: wat fijn toch dat Attje Kuiken ook vandaag weer voor ons in Den Haag zit. De tweede Brabander is de Udense PvdA-wethouder Sultan Günal-Gezer, na lang zoeken is zij te vinden op plek 42. Verder weg op de lijst staan in volstrekte duisternis nog drie verdwaalde streekgenoten, wier bestaan ik nimmer heb vermoed.
Afgelopen zaterdag zouden al deze Brabantse PvdA-kandidaten zich presenteren op een partijvergadering in Tilburg. De zaal zat al klaar om bij iedere kandidaat het altijd weer bemoedigende ‘Zo’n goeie hebben wij nog nooit gehad!’ aan te heffen. Wellicht uit schaamte over hun treurige positie binnen de sociaal-democratische hiërarchie kwam niet één van de kandidaten opdraven bij de eigen partij in de eigen regio. Het krantenverslag erover eindigt dan ook met een van de meest moedeloze zinnen die ik de laatste tijd heb gelezen: ‘De beloofde presentatie aan de leden viel daardoor in het water.’ Moeten wij het dan erg vinden dat het hele spijbelende stel niet wat hoger staat?
In het CDA speelt een ander probleem: Elly Blanksma, de hoogste Brabander op plek 4 zat met haar slimste gezicht haar stinkende best te doen bij de kandidatencommissie. Synchroon was zij met dezelfde gemotiveerde gretigheid bezig burgemeester van haar geboortestad Helmond te worden. Daarover viel weer veel hooggestemde verontwaardiging te noteren uit de monden van al die rechtschapen onbaatzuchtigen, die in dezelfde situatie vermoedelijk net zo hadden gehandeld. In de Bijbel, nog steeds het richtsnoer van het CDA, staat veel moois over hypocrisie.
Elly Blanksma, opgegroeid bij de Rabobank waar ze goed kunnen tellen, was een prima financieel specialist in de CDA-Kamerfractie. Maar op google is niet te vinden wat zij in die jaren in Den Haag specifiek voor Brabant heeft weten te betekenen. Haar hart ligt in Brabant, staat op haar website, en dat is natuurlijk mooi. Ik word er van binnen ook altijd een beetje warm van. Temeer daar haar hart onmiskenbaar deugt: een fiets die ze als Kamerlid kreeg, met een waarde van 250 euro, schonk ze aan de vrouwen van het Blijf van mijn lijf-huis in Eindhoven. Maar had Brabant in deze verwarrende jaren er beroerder voorgestaan zonder ons Elly op het Binnenhof?
Het geldt in ons zo jammerlijk misdeelde gewest als een nobele eigenschap als je mee mort over de lage klassering van Brabantse kandidaten. Ongetwijfeld komt alles ook nu weer door de Randstedelijke hoogmoed, die zelden zo kernachtig is geïllustreerd als door Alexander Pechtold. Toen het in het parlement eindelijk eens een keer ging over regionale cultuur, vroeg hij met uitgestreken gezicht: ‘Bedoelt u fanfares en zo?’
Te midden van alle verongelijkte geklaag schieten mij echter vooral vervelende vragen te binnen. Kunnen Brabantse Kamerleden in Den Haag echt iets voor Brabant betekenen, of moeten we daar niet een al te hoge pet van op hebben? Een andere vraag is nog weer pijnlijker: hebben die lage plaatsen wellicht iets te maken met de kwaliteit van ons Brabantse aanbod?
Noem voor de aardigheid eens drie, nou ja, twee, nou ja, één Brabander die er, op de SP-top na, toe doet in Den Haag? Dat maakt de Brabantse verontwaardiging nogal gênant.

Reactiemogelijkheid is gesloten.

Anoniem - Gravatar

Je kunt niet reageren op dit artikel.

Reageer